Het Aambos

Een bos om lief te hebben

Grenzend aan het centrum van Heerlen ligt het Aambos, dat zich vroeger uitstrekte van het Kapellerbos (Schaesberg) tot aan het Imstenraderbos (Imstenrade).

In de 17e eeuw werd dit eeuwenoude hellingbos, Auenbosch genoemd dat “oude bos” betekent, die naam verbasterde tot Aumbosch en dat werd vernederlandst tot Aambos. In het Heerlens dialect zeggen we  “D’r Oambusj”, maar dat is meer dan alleen de naam van het bos. D’r Oambusj is ook synoniem voor een gevoel van nostalgie en romantiek, van (jeugd) herinneringen en van ouderwets plezier.

“Gank mit d’r Oambusj in, dan zette vier os doa gemütlig op’n bank …….”

Op aandringen van burgemeester Waszink kocht de gemeente Heerlen op 24 september 1917 het Aambos voor een bedrag van fl.21.000,- van de Fam. Sarolea. Eigenlijk kocht de gemeente de grond want de bomen waren eigendom van Timmerfabriek Wijsbek-Soons en Co, voor de bomen diende nog een bedrag van fl. 12.500,- op tafel gelegd te worden. 

Het Aambos moest een wandelbos worden omdat de behoefte aan recreatie met het groeien van de bevolking ook toenam. Ontspannen in de natuur stond hoog aangeschreven in die tijd. 

In 1920 werd er een bedrag van fl. 55.000,- gereserveerd voor het plaatsen van een afrastering, een muziekkiosk, een paviljoen met terras, banken, straatverlichting, verharde wandelpaden, een boswachterswoning en een rustieke eikenhouten brug.

In 1931 kreeg het Aambos een hertenkamp geschonken van de VVV Heerlen. Het hertenkamp werd in 1981 verplaatst naar een meer open plek met twee keer zoveel ruimte voor de dieren. 

Bij het hertenkamp heeft men een “kapotte” lantaarnpaal geplaatst om liedjesschrijver Wiel Knipa (1924 -2002) te eren. Als je op de knop drukt knippert de lamp en weerklinkt zijn lied uit 1954: “Miene Oambusj” waarin o.a. een kapotte straatlantaarn wordt bezongen.

In het weekend  kon er bij het paviljoen in het Aambos gedanst worden en als het een beetje schemerig werd kon je met je geliefde een rustiger plekje opzoeken. Favoriet was een bankje onder een kapotte straatlantaarn bij het hertenkamp. Als om tien uur het fluitsignaal klonk moest je maken dat je het bos verliet omdat dan de vier poorten op slot gingen. Het paviljoen en de muziekkiosk zijn in 1971 afgebroken.

Bij mooi weer liep het bos op zondag weer vol met gezinnen en stelletjes die een wandelingetje wilden maken. 

Een grote houten brug over een hele diepe holleweg leidde naar het beukenbos waar een speeltuin was. Via een trap kon je naar de holleweg en onder de brug doorlopen. Die trap is al lang geleden verdwenen net als de speeltuin. Wat over is gebleven is de brug  van waar je een schitterend zicht hebt op de weg onder je.

Die holleweg was de vroeger de verbindingsweg tussen Heerlen en Kerkrade en heette de Roderweg en later de Kerkraderweg. De brug die dateert uit 1920 is in 1965 gerestaureerd en in 2011 vervangen door een stalen exemplaar.

Aan de boven-ingang van het Aambos  ligt een hele grote zandsteen (3,85 meter bij 1,75 meter en 1 meter dik) Deze Nivelsteiner zandsteen heeft men gevonden bij de bouw van het retraitehuis en is ter plaatse of vlak in de buurt op natuurlijke wijze gevormd.

In 1933 werd “boschje tijdig” gekocht van bouwonderneming “Tijdig”. Dat is het deel van het bos dat nu bekend staat als het nieuwe Aambos (aan de andere kant van de Oliemolenstraat). Tuinarchitect Henri Roeters van Lennep heeft er een echt park van gemaakt met veel verschillende bomen en plantensoorten. Kijkende over de ligweide die in de winter sleewiede werd genoemd, had en heb je een prachtig zicht op het caumerbeekdal.

Ten gevolge van drugsoverlast was het niet meer fijn vertoeven in het Aambos. Met operatie hartslag (2001) heeft men ook het Aambos onder de loep genomen. Men had allerlei wilde plannen om het bos op te waarderen. Maar de Heerlenaren wilde dat het Aambos een bos bleef. En zo bleef d’r Oambusj na herinrichting een bos om lief te hebben.

Bron: Fon Habets

De Vroedvrouwenschool

De Wilhelminaschool was een Rooms Katholieke Kweekschool voor Vroedvrouwen en werd in de volksmond “de vroedvrouwenschool” genoemd.

Het relatief hoge kindersterfte cijfer in het zuiden van Nederland was voor het tweede kamerlid Jhr. Mr. Charles Ruijs de Beerenbrouck aanleiding om het initiatief te nemen tot het stichten van de vroedvrouwenschool. Met financiële steun van het Rijk, de gemeente Heerlen en Mgr. Savelberg werd aan de Akerstraat een school gebouwd waar men vanaf 1913 vroedvrouwen deed opleiden. 

Het Sint Jozefziekenhuis en aan de Akerstraat de Vroedvrouwenschool.

Al snel bleek dat de school te klein was en omdat er geen plaats was voor uitbreiding van het bestaande gebouw werden er plannen gemaakt voor nieuwbouw. Architect Jan Stuyt maakte het ontwerp voor de nieuwe vroedvrouwenschool die gebouwd zou worden aan de Zandweg op Heerlerbaan. 

Op 25 september 1920 werd de eerste steen gelegd door H.M. koningin Wilhelmina, Hare Majesteit had ook financieel bijgedragen aan deze nieuwe school.

Precies tien jaar na de opening van de vroedvrouwenschool aan de Akerstraat werd op 4 februari 1923 de Elisabethkliniek aan de Zandweg officieel geopend door koningin Wilhelmina.

Het landelijk gelegen complex bestond uit een verblijfsgebouw, een schoolgebouw, een directeurswoning en een voorzieningengebouw. Directeur Clemens Meuleman wilde ook nog graag een kapel en een doorgangshuis voor ongehuwde moeders. Het doorgangshuis is er nooit gekomen en de kapel pas in 1934.

De Vroedvrouwenschool aan de Zandweg

Omdat er geen kapel was bij de opening van de vroedvrouwenschool heeft men op zolder een kapel ingericht die liefkozend “Onze lieve Heer op zolder” werd genoemd. In het bos achter de vroedvrouwenschool heeft men een openlucht altaar gebouwd dat bekend staat als de “boskapel”. 

In 1993 is de vroedvrouwenschool verhuisd naar Kerkrade. In 70 jaar tijd zijn er  ongeveer 80.000 baby’s geboren in de kliniek van de vroedvrouwenschool aan de Zandweg.

Luchtopname Parc Imstenrade:  https://vimeo.com/147080559 

Eind vorig eeuw heeft men in de vroedvrouwenschool verbouwd tot appartementencomplex geschikt voor senioren, bovendien zijn er een groot aantal nieuwbouw appartementen voor senioren gebouwd. Zo zijn er 249 huurappartementen en 57 koopappartementen gerealiseerd. Sinds 2000 is het oude deel van Parc Imstenrade, zoals de vroedvrouwenschool nu heet een rijksmonument. Veel van de huidige bewoners kregen er zelf hun kinderen of gaven hier les aan de leerling vroedvrouwen, sommigen bewoners zijn hier geboren.

Aambos Wandeling Heerlen

In het Openluchtmuseum Heerlen maken een ommetje van 2,4 kilometer door het Aambos. Uiteraard langs de mooiste plekjes en voorzien van behoorlijk wat informatie. Helaas is deze route minder geschikt voor rolstoelgebruikers en mensen met een slechte conditie (er zitten paar klimmetjes in).

De “Aambos Wandeling Heerlen” kunt u vinden onder de tab “wandelroutes” in de gratis Heerlen Totaal App.

Deze rondleiding in Heerlen maakt deel uit van een hele serie rondleidingen in Heerlen en kan met een gids worden gelopen die u dan verteld over dit bijzondere bos.

Meer rondleidingen in Heerlen.

Geleenhof

Aan de Valkenburgerweg ligt de oprijlaan van de imposante hoeve Geleenhof. Rijksmonument sinds 1967. In 1381 krijgt Thijs Reijnaerts van Herle “zo Glene gelegen bij den dorpe Herle” in leen van de weduwe van Peter van Glene. 

Daarna volgt een hele lijst aan eigenaren:

  1. – Van Coelmont
  2. – Mascherel van Wijnandsrade
  3. – Van Hillensberg
  4. – Van den Driessche
  5. – Van Imstenraedt
  6. – Van Schwartzenberg
  7. – Van Ellerborn
  8. – Rietraet
  9. – Pain et Vin
  10. – Anna Maria van Slijpe. 
  11. – In 1742, Vincent Philip Anton van der Heyden genaamd van Belderbusch, heer van Terworm. En daarmee was de Geleenhof onderdeel van het landgoed Terworm.

De voorvleugel en de rechtervleugel dateren uit 1796/97. Voor deze verbouwing was de hoeve waarschijnlijk kleiner en omgracht. De achtervleugel draagt de datum 1635. De hoeve had een molen, twee moestuinen, een lusttuintje en een boomgaard. 

Bovendien was de Geleenhof een herberg en een halteplaats voor de postkoets op de route van Aken naar Maastricht, hier konden de paarden gewisseld worden.

Landgoed Terworm ging in de 19e eeuw over in handen van de familie von Böselager. barones Antonia von Böselager trouwde met Otto Napoleon baron de Loë. In 1917 verkocht Frans Levin Eugen Hubert Maria de Loë het landgoed aan de Oranje-Nassau Mijnen. 

De Geleenhof werd verpacht als boerderij maar verloor de boerderijfunctie reeds enkele decennia later; de bijbehorende grond werd verkocht.

Sinds 2022 is DS Vastgoed de eigenaar.

    De Weltermolen

    Een van de mooiste watermolens van Nederland is de Weltermolen. Het langgerekte gebouw werd al in 1381 genoemd als zijnde de molen behorende tot het “Huis Strijthagen tot Welten”. Het Huis Strijthagen ligt een klein stukje verder.

    De molen was in die tijd een zogenaamde banmolen, dat wil zeggen dat de leenplichtige boeren verplicht waren hun granen in deze molen te laten malen.

    Het “maalwater” was afkomstig van de Geleenbeek die twee “vergaarvijvers” voedde. Plaatselijk heette de Geleenbeek in die tijd de Welterbeek of molenbeek. 

    Het beschikbaren water bij deze middenslagmolen werd niet optimaal gebruikt Er ging tijdens het malen veel water verloren. Tijdens droge zomers kon het voorkomen dat het waterpeil zo laag kwam te staan dat er niet gemalen kon worden en dat de boeren moesten uitwijken naar een andere molen.

    Eén van de vijvers is in 1916 gedempt en de loop van de beek werd gewijzigd waardoor de overgebleven Weltervijver minder water kreeg. Het duurde een week om het water in de vijver weer op peil te krijgen na één “maaldag”. In 1925 is de molenaar gebruik gaan maken van een elektromotor om de molen aan te drijven.

    De molen en het naastgelegen woonhuis hebben een bijzonder mooi mansarde dak van leien, daarnaast liggen ook nog twee schuren. De toren is opgebouwd uit mergel en baksteen, heeft drie verdiepingen en is uit de 17e eeuw. Boven op de toren staat een windvaan in de vorm van een karper. Het waterrad uit 1898 is van gietijzer en heeft een diameter van 5,40 meter en is 1,30 meter breed.

    Toren met de windvaan.

    Na de tweede wereldoorlog is de molen in verval geraakt. In 1976 hebben de 8 eigenaren (broers en zussen die het hadden georven) de molen, het huis en de schuren, de boomgaard, de vijver en het weiland verkocht aan de gemeente Heerlen. De gemeente heeft het complex laten restaureren en al tijdens de restauratie verkocht.

    Op 2 september 1982 is, door de burgemeester van Heerlen, een van de  mooiste watermolens van Nederland weer officieel in gebruik gesteld.

    Van kasteel tot eengezinswoning

    Op Heerlerheide stond in de 12e eeuw het ridderkasteel Ter Weyer. Het kasteel had veel vijvers, landerijen, een watermolen, een brouwerij en een kapel met waarschijnlijk een eigen kerkhof. Het kasteel had twee hoektorens en een slotgracht en was gebouwd van zandsteen. Bij Ter Weyer hoorden ook een aantal pachthoeven. 

    Helaas werd het kasteel grotendeels afgebroken; de molen en brouwerij verdwenen helemaal en de slotgracht werd gedempt.

    Met als basis drie resterende muren van het kasteel is huis “Ter Weijer” gebouwd, dat als een hoeve dienst deed. De hoeve werd in 1956 afgebroken om plaats te maken voor woningbouw. 

    De Wieër werd in 1968 gebouwd (gereedgekomen), het bestaat uit 276 eengezinswoningen en dankt haar naam aan hoeve Ter Weijer, dat “ter plaatse van de vijvers” betekent. De hoeve lag op de plek waar nu de Marco Polostraat is, een zijstraat van de Terweijerweg.

    De kleine Sint Jan

    De kleine Sint Janskerk aan de markt in Hoensbroek stamt waarschijnlijk uit 1137 maar zoals zo vaak met gebouwen uit die tijd staat dat niet onomstotelijk vast. Een eerste aanbouw van het schip zou al in het jaar 1150 zijn uitgevoerd, de toren is van rond 1300 en het priesterkoor is tussen 1300 en 1520 gebouwd. Er is dus genoeg ruimte voor allerlei theorieën met een dergelijke daterings marges.

    Er is o.a. een theorie die zegt dat het kerkje pas is gebouwd nadat Hoensbroek zich had afgescheiden van Heerlen in 1390 en daarmee een ouder kerkje dat op diezelfde plek stond heeft vervangen.

    In 1630 werd in het kerkje een sacristie gebouwd maar waar is niet bekend. In 1680 werd het priesterkoor verhoogd en in 1725 werd er tegen de kerk aan een nieuwe sacristie gebouwd van bakstenen. De kerk zelf is gebouwd van mergel.

    In de toren hangen twee klokken. De grote klok heeft een diameter van 99 centimeter en is gemaakt in het jaar 1414 en de kleine klok van 78 centimeter dateert uit 1840.

    De kleine “St. Janskerk”, was eerste parochiekerk van Hoensbroek en is gewijd aan de H. Johannes de Doper. Om het kerkje staan eeuwenoude grafstenen en een aantal gietijzeren grafkruisen.

    In 1900 werd de toren en in 1909-1910 de rest van het kerkje gerestaureerd. De kleine Sint Jan is sinds februari 1967 een Rijksmonument.

    Ondanks de twijfels en een flinke verzameling aan jaartallen staat een ding als een paal boven water: de kleine Sint Janskerk aan de markt in Hoensbroek is een schitterende kerk die u zeker eens  van binnen moet bekijken als de gelegenheid zich voordoet.

    Villa Coriovallum

    Een bijzondere villa met een bijzonder verhaal en een bijzondere bewoner. Villa Widdershoven zoals deze villa oorspronkelijk heette ligt op de hoek van de Valkenburgerweg en de Kruisstraat, op een heuveltje. De bewoners waren dokter Widdershoven, zijn vrouw en hun 14 kinderen.

    Voor aanzicht

    August Widdershoven werd in 1885 in Heerlen geboren. Na de lagere school ging hij naar de HBS om vervolgens geneeskunde te studeren aan de universiteit in Amsterdam. In 1913,  enkele weken na zijn afstuderen, opende hij in Heerlen een praktijk als huisarts.

    Om snellere zorg te verlenen bij met name verkeersongelukken richtte hij de EHBO Heerlen op. Hij was kapitein en later majoor bij het Rode Kruis, waar hij  een transportcolonne oprichtte die tijdens de eerste wereldoorlog ingezet werd voor het transport van gewonde van België naar Nederland. Hij zorgde voor een noodziekenhuis bij de griepepidemie na de eerste wereldoorlog. Ook was hij  de leider van de schoolartsendienst. In de vroedvrouwenschool aan de Akerstraat was hij de assistent van dokter Clemens Meuleman en  verving hem bij afwezigheid. Maar z’n hoofdbezigheid was zijn drukke  huisartsenpraktijk. 

    Een mens moet ook hobby’s hebben, zo ook August Widdershoven. Hij deed graag kegel en zwemmen. Bij de Heerlense Kegel Bond (HKB) was hij voorzitter, en in 1921 medeoprichter van een Zwemvereniging Oranje Nassau  en stichter van het Sportfondsenbad in Heerlen dat hij in 1935 opende door er als eerste in te duiken. Zijn grootste bekendheid verwierf hij als krachtpatser (een deck speelkaarten doormidden scheuren of een hoefijzer doormidden breken) Klik op de link voor bewegend bewijsmateriaal.

    Toen men in 1921 startte met de bouw van de villa, naar een ontwerp van architect Jacobus Rijns, kwamen er erg veel Romeinse resten boven de grond, daar moest onderzoek naar gedaan worden wat de bouw vertraagde. Een van de vondsten was een Romeinse olielamp, deze lamp is in een gevel voorstelling afgebeeld. De staf van hypocrates (esculaap) verwijst naar het beroep van Widdershoven. Er is ook nog een slang afgebeeld die in zijn eigen staart bijt (symbolisch voor tegenstellingen).

    Romeinse Olielamp
    Staf van Hypocrates
    Slang

    Het gebouw op zich valt op door het fraaie torentje, het bijzondere leiendak, de asymmetrische indeling van de voorgevel, het prachtige uitgevoerde en zeer decoratieve metselwerk. De entree is een kunstwerk op zich evenals de glas in lood ramen. Het was niet een huisje dat je zomaar even bouwt het heeft dan ook tot 1925 geduurd voordat het gezin Widdershoven intrek kon nemen in de villa.

    Prachtig metselwerk
    Achterzijde

    Vanwege de Romeinse vondsten tijdens de bouw heeft de gemeentelijke oudheidkundige dienst in 1968 sleuven gegraven voor verder onderzoek, daarbij kwamen 120 Romeinse voorwerpen aan het licht en een deel van een muur uit de derde eeuw. Het blijkt dat het huis voor een deel is gebouwd op de plek waar vroeger een Romeinse weg was.

    Dokter August Widdershoven is in 1955 overleden. Nadat de kinderen uit huis waren is de villa verkocht en gebruikt als kantoorpand onder de naam Villa Coriovallum. Nu zijn er 13 appartementen gevestigd in deze bijzondere villa met zijn bijzondere verhaal.

    Oliemolen

     Vanwege een schrijffout en/of vervalsingen van documenten is het niet duidelijk of de Oliemolen uit 1502 of 1562 dateert of misschien nog ouder is. Laten we daarom zeggen dat de molen uit de zestiende eeuw stamt. 

    Diverse namen voor deze molen komen voorbij zoals: “Oalichs mühle” en “In den Krouwel” maar ook “Creuwels oleij meulen”, toch is deze molen van oorsprong een volmolen voor het vollen van wol (bij het vollen van wol haken de wolvezels in elkaar en ontstaat er vilt waar men kleding mee kan maken).

    Eind 16e eeuw werd pas begonnen met het persen van oliehoudende zaden voor de productie van lijnolie – lampenolie – smeerolie, van de restanten werden lijnkoeken (veevoer) gemaakt. Aan deze olieproductie dankt de molen zijn naam. 

    Vanaf 1829 wordt er ook graan gemalen en in 1850 kwam er een looimolen bij; vanaf 1905 werd er alleen nog maar graan en koren gemalen.

    De gebouwen van witgeverfde kalksteen, bestonden uit een bakhuis (bakkes), een koeienstal, een varkensstal, een bijkeuken, een woonhuis en natuurlijk een molen.Het molenhuis is als vakwerk uitgevoerd met een onderbouw van mergel. De mest lag op de binnenplaats (mesthof) en de kippen sliepen op zolder boven de koeienstal. Alle toegangsdeuren van huis en stallen kwamen uit op het binnenplein, de ramen aan de buitenzijde waren voorzien van tralies of vergrendelbare luiken. Dus als de inrijpoort dicht was en de hond los, was men veilig voor schelmen.

    In april 1928 werd door brand  de koeienstal, bijkeuken en schuur vernield. De schuur werd vervangen door een woonhuis en van de twee poorten bleef er maar één over.

    De bovenslagmolen met houten waterrad is gelegen aan de rand van het Aambos en wordt gevoed door de Caumerbeek. 

    Om overstromen van de stuwvijver te voorkomen moest bij dreigend noodweer het erk open gezet worden zodat het water via de oorspronkelijke beek kon stromen. 

    Omdat in 1930 de steenkolenmijn Wilhelmina het mijnwater niet meer loosde op de Caumerbeek en er bij de bron van de beek water werd onttrokken voor de drinkwatervoorziening  was het noodzakelijk om een elektromotor te installeren waardoor de dagproductie meel naar 10.000 Kg steeg.

    Anno 2020 wordt er in de molen nog steeds graan gemalen en je kunt er overnachten in een van de drie vakantieverblijven. Boven de poort staat  nog steeds Oliemolen en dat zal waarschijnlijk ook altijd de naam blijven.

    Het wapen van Heerlen

    In  het gebied van Valkenburg  waren vier hoofdschepenbanken waarvan Heerlen er één was. Bij de schepenbank hoorde een schependomszegel.

    Op het schependomszegel uit 1364 staat de heilige Pancratius afgebeeld met voor zich een schild met staande leeuw. 

    In 1867 werd deze afbeelding het officiële wapen van Heerlen. Het bestaat uit een gouden veld, met daarop in huidskleur de heilige Pancratius. Deze is in het blauw gekleed met zilveren borduursels. Om zijn hoofd een gouden aureool. De heilige houdt in zijn rechterhand een zwaard en met zijn linkerhand houdt hij een zilveren schild vast. Op het zilveren schild is een zwarte van goud gekroonde, getongde en geklauwde leeuw met een dubbele staart.

    Van Rooy die van 1962 tot 1964 burgemeester van Heerlen was vond dat de geschiedenis beter tot uitdrukking gebracht moest worden en stelde een nieuw stadswapen voor dat in 1964 in gebruik werd genomen.

    Het tweede wapenschild is met een blauw kruis in vier delen gedeeld en gedekt met een gouden Markiezenkroon met twee parels

    • Links boven: met rode achtergrond een staande naar rechts gewende adelaar. Deze heeft de vleugels uitgeslagen en is goud van kleur. De adelaar staat op een zilveren legerveldstandaard.  CORIO staat voor de naam Coriovallum, de Latijnse naam van Heerlen.
    • Rechts boven: met gouden achtergrond de heilige Pancratius. Afgebeeld in een witte Romeinse toga. De randen zijn van purper, met een gouden bulla aan een gouden keten.Voor zijn borst houdt hij een,  zilveren zwaard met een gouden vest.
    • Links onder: met zilveren achtergrond met daarop een rode dubbelstaartige leeuw met kroon, tong en nagels van goud.
    • Rechts onder: Op een rood achtergrond staat het mijnwerkersembleem: een kruiste hamer en kolenhak van goud.

    In 1982 fuseerden Heerlen met Hoensbroek en werd er een nieuw wapen aangevraagd. De heiligen Johannes de Evangelist en Pancratius werden niet meer afgebeeld op het nieuwe wapen. De rode en de zwarte leeuwen werden samengevoegd tot één rood – zwarte leeuw met een half zilverkleurige en half zilver – rood gestreepte achtergrond. De markiezenkroon met parels dekt het schild.