Mural Wandeling Heerlen Totaal

In het Openluchtmuseum Heerlen zijn veel muurschilderingen gemaakt door lokale (locals), maar ook door wereldberoemde kunstenaars. We hebben een route van 4 kilometer in kaart gebracht waar je maarliefst 34 murals kunt bekijken. Maar er is meer te zien, zoals pastups, cutouts, kleine beeldjes, tiles, draadkunst en stenciling om maar eens wat te noemen. Omdat het hierbij vaak om tijdelijke street art gaat hebben we deze werken niet aangegeven op de kaart, MAAR ze zijn er wel!

De “Mural Wandeling Heerlen Totaal” kunt u vinden onder de tab “wandelroutes” in de gratis Heerlen Totaal App .

Meer rondleidingen in Heerlen.

Street art?

Heilig Hart van Jezuskerk

Aan de Meezenbroekerweg (116) bevindt zich de Heilig Hart van Jezuskerk. Deze kerk is in 1927/28 gebouwd naar een ontwerp van architect Joseph Wielders (Sittard 3-9-1883 / Sittard 30-4-1949). De stijl is zakelijk-expressionistisch.

De kerk staat op een lage kerkheuvel die door een lage kerkmuur is omgeven. De gotische spitsbogen en de met baksteen beklede betonnen constructie zijn typisch voor het werk van Wielders.

Eugène Laudy heeft de glas-in-lood ramen gemaakt.

De kerk is een rijksmonument vanwege het orgel uit 1841, dat gemaakt is door de Gebr. Mueller uit Reifferscheidt (Duitsland), het orgel stond voorheen in de oude St. Petruskerk te Gulpen en is in 1968 gerestaureerd.

Ook de naastgelegen pastorie (Meezenbroekerweg 114) bouwjaar 1924 en de kapelanie (Meezenbroekerweg 112) bouwjaar 1927 zijn ook door architect Wielders ontworpen, evenals Schandelerstraat 75-77 (bouwjaar 1932).

Wielders ontwierp ook het patronaat (nu JUP-huis) aan de Schandelerstraat 79-81 dat van 1924 tot 1928 dienst deed als noodkerk.

In de zomer van 1956 werd het 40 jarig priesterjubileum van de afscheidnemende pastoor Houben groots gevierd er kwamen maar liefst 28.000 mensen op af. Het feest was een enorm succes, niet in de laatste plaats vanwege het geld dat het opgeleverd had. De parochieraad besloot het feest in de jaren daarna weer te organiseren en de winst te gebruiken voor het opknappen / renoveren van het patronaat. Bij de feestelijke opening van het nieuwe patronaat op 29 juni 1963 kreeg het de naam JUP-huis. 

JUP was de afkorting die men al sinds 1956 gebruikte voor het jaarlijkse feest (JUP-feesten) en is afgeleid van JUbileum Pastoor Houben.

Beeldenroute Heerlen

In het Openluchtmuseum Heerlen staan ook veel beelden, zogenaamde openbare kunst. We hebben voor u een route uitgestippeld langs 31 beelden in het centrum van ons Openluchtmuseum. Bij ieder beeld hoort een korte verklarende tekst. De 3,3 kilometer lange route is geschikt voor rolstoelgebruikers en kan natuurlijk ook in delen afgelegd worden.

Zegelboom

We wensen u veel plezier.

“Beeldenroute Heerlen Totaal” kunt u vinden onder de tab “wandelroutes” in de gratis Heerlen Totaal App .

Meer rondleidingen in Heerlen.

Mural Fietsroute Heerlen

Niet alleen in het centrum van Openluchtmuseum Heerlen kun je muurschilderingen (murals) bewonderen ook daarbuiten is genoeg te zien, de onderlinge afstand is wel wat groter. Het is misschien verstandig om de route van 13,4 kilometer per fiets af te leggen. Langs de route kun je 27 muurschilderingen van veelal bekende kunstenaars bekijken. Er is geen echt begin en eindpunt (de route loopt rond), je kunt dus beginnen waar je wilt. Je hoeft het natuurlijk ook niet in één keer te doen. 

De “Mural Fietsroute Heerlen Totaal” kunt u vinden onder de tab “wandelroutes” in de gratis Heerlen Totaal App .

Meer rondleidingen in Heerlen.

Huis De Luijff

Toen aan de Veemarkt nu aan het Wilhelminaplein (24) .

De Luijff is gebouwd als woonhuis tussen 1600 en 1615 in opdracht van Jan Dautzenberg, secretaris van Heerlen. Tot 1737 bleef het huis in bezit van familie Dautzenberg.

In 1802 kocht Apotheker Albert Schultze de woning (Schultze was van 1818 tot 1820 Burgemeester van Heerlen) en liet het pand ingrijpend verbouwen, er werd een tweede woonlaag op gebouwd en het dak werd minder steil. Met de verbouwing verdween de luifel boven de voordeur waar het pand tot op de dag van vandaag zijn bijnaam aan te danken heeft. Boven de voordeur zien we nu de afbeelding van een vijzel, het apothekers teken. Albert Schulze bleef er tot aan zijn dood in 1828 wonen. De kinderen Schultze verkochten het pand aan Stollé Kemmerling dat door vererving werd doorgegeven aan Preusser-Stollé.  Daarom wordt het pad ook wel “huis Preusser” genoemd.

In 1921 werd de Mijnvereniging eigenaar van het pand. Na de Tweede Wereldoorlog gaan de Limburgse mijnen nog meer samenwerken en werd de Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg, de GSL, opgericht die in 1959 huis De Luijff overnemen. De GSL laat achter “De Luijff” een kantorencomplex bouwen met vergaderruimte naar een ontwerp van architect Gerard Holt.

Sinds de oprichting van de EGKS (Europese Gemeenschap van Kolen en Staal) op 18 april 1951, vond er internationaal overleg plaats tussen de deelnemende landen Italië, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, België en Nederland, dat overleg vond soms in dit gebouw in Heerlen plaats.

In 1970 werd het eigendom van de gemeente Heerlen. Sinds 2010 is in “de Luijff” het Toon Hermans Huis Parkstad gevestigd. In het kantorencomplex is nu een bedrijfsverzamelgebouw onder de naam Betahuis gevestigd.

Peutz Wandeling Heerlen

In het Openluchtmuseum Heerlen kunt een, rolstoelvriendelijke wandeling maken van 2,7 kilometer langs een vijftiental gebouwen die architect Frits Peutz heeft ontworpen. Bij ieder gebouw hoort een korte tekst die iets verteld over het gebouw.

De “Peutz Wandeling Heerlen Totaal” kunt u vinden onder de tab “wandelroutes” in de gratis Heerlen Totaal App .

Deze rondleiding maakt deel uit van een hele serie rondleidingen in Heerlen en kan met een gids worden gelopen die u dan verteld over deze bijzondere architect en de gebouwen die hij heeft ontworpen.

Meer rondleidingen in Heerlen.

Maria Christinawijk

Heerlerheide – Heksenberg – Maria Christinawijk.

De Maria Christinawijk maakt deel uit van de in 1920 gebouwde mijnkolonie Heksenberg en is een rijksbeschermd stadsgezicht.

In 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog dus, startte de Duitse bezetter met de bouw van de wijk. Ondanks  de bouwstop in 1942 kon toch langzaam doorgebouwd worden maar de wijk werd pas na de oorlog voltooid.

Heerenweg 1945

De Duitse architecten Gonser en Oechler hebben de woningen ontworpen volgens de Duitse woningwet, het zogenaamde Fürererlass, en de Stuttgarter schule maar met 17e eeuwse Hollandse stijlelementen. De woningen waren bedoeld voor Duitse beambten en ander personeel dat de exploitatie van de Nederlandse kolenmijnen had overgenomen en werd daarom ook wel de Hermann Göringkolonie genoemd. Hermann Göring was rijksmaarschalk van het Derde Rijk die zich o.a. in Nederland bezighield met het organiseren van voorzieningen voor de Duitse oorlogsindustrie.

Vrijheerenberg 2021

Oorspronkelijke waren er twee woonwijken ontworpen met daartussen een plein met een monumentaal partijgebouw. Het plein met partijgebouw en de westelijke wijk zijn nooit gerealiseerd. Alleen de zuidelijke woonwijk met 240 geschakelde woningen is gebouwd.

Tweelaagse woningen met een kleine woonkamer en een grote keuken, een afwijkende plafondhoogte, een steile trap, een “bomvrij” kelderdeel en een hele hoge zolderverdieping. Hoekpanden met klokgevels en een poortgebouw met trapgevels.

In 1947 toen de wijk uiteindelijk gereed kwam en de Staatsmijnen eigenaar waren geworden van de woningen is de wijk officieel omgedoopt tot Maria Christinawijk, later werd het beheer door de Stichting Thuis Best overgenomen, dat weer later opging in AZL beheer.

De “Herman Göring” kolonie is de enige wijk in Nederland die door de Duitse bezetter is gebouwd.

Beersdal

De wijk Beersdal wordt begrensd door een weg uit de Romeinse tijd die we nu de Schelsberg noemen en door de Caumerbeek. De wijk maakt deel uit van het stadsdeel Heerlerheide en lag op loopafstand van de Oranje Nassau mijn 1. De mijnwerkers- / arbeiderskolonie Beersdal is gebouwd tussen 1910 en 1913, enkele huizen zijn in 1918 gebouwd. 

Architect Jan Lugten (1866 – 1947), die afkomstig was uit Vianen, was van 1907 tot 1921 werkzaam op de bouwafdeling van de Oranje Nassau Mijnen. Omdat sinds 1908 de uit Lotharingen (Frankrijk) afkomstige familie. De Wendel eigenaar was van de Oranje Nassau mijnen, ontwierp hij onder andere deze zogenaamde Lotharingse woningen.

Een groot rechthoekig plein vormt het midden van de wijk. Dat plein bestond uit twee delen: een moestuin waar de kinderen uit de wijk konden leren hoe ze groenten en fruit moesten verbouwen en een veld dat gebruikt werd als voetbalveld en voor weidefeesten. Het stratenplan bestaat uit drie hoofdwegen van zes meter breed met links en rechts een trottoir en dwars daarop een aantal straten van drie meter zonder trottoirs. Met de bouw van de ON III (1917) werd er ook een spoorlijn aangelegde tussen de ON I en de ON III dat langs Beersdal liep. Bij de wijkuitbreiding in 1918 werden er woningen gebouwd aan de andere zijde van de spoorlijn waardoor het spoor dwars door de wijk liep.

De wijk bestaat uit 48 “twee onder een kap” woningen (type F), die door opzichters van de ON I mijn bewoond werden en uit 44 “vier onder een kap” woningen (type G) voor de arbeiders van de ON I mijn. 

De 272 woningen zijn te herkennen aan een gepleisterde gevel met een omlijsting van metselwerk. Op het rode pannendak zijn met blauwe pannen Lotharingse patronen aangebracht. 

De woningen zijn gebouwd naar het tuinstad idee. Het tuinstad idee is ontstaan naar aanleiding van de Engelse industriële revolutie, halverwege de 19e eeuw. Omdat mensen, door gebrek aan (goede) huisvesting, veel te dicht op elkaar woonden in donker, vochtige woningen, ontstonden er ziektes en zelfs epidemieën. Om deze onwenselijke situatie tegen te gaan werden er wijken gebouwd met veel groen, lage eengezinswoningen met een grote tuin, waar men  groente kon verbouwen. Bovendien was er  een kruidenierswinkel voor de eerste levensbehoeften.

Toen de woningen particulier bezit werden, hebben de bewoners ze aangepast naar hun persoonlijke wensen. Daardoor is het originele karakter soms verloren gegaan.

Sinds 2008 is deze ruim opgezette en groene wijk een beschermd stadsgezicht.

Naamgeving

Hoeve Beersdal lag net als Vrank en Hueske in de Koningsbeemd, een Schinnenerleen

De straten in Beersdal zijn genoemd naar Nederlandse rivieren. Scheldestraat, Wormstraat, Schiestraat, Swalmstraat, Niersstraat, Geulstraat, Roerstraat, Maasstraat, Hunzestraat, Diezestraat, Lekstraat, Dinkelstraat, Rijnstraat, Dommelstraat, Vechtstraat, Amstelstraat, Jekerstraat, Lingestraat, Ijsselstraat, Merwedestraat, Waalstraat, Gouwestraat, Eemstraat, Reggestraat, Schipbeekstraat.

Voor de namen Beersdalplein en Rennemigerveldweg zijn voordehandliggende verklaringen te geven.

De “Van der Scheurstraat” is genoemd naar de in 1926 in Heerlen geboren vakbondsman Jaap van der Scheur. 

De “Schout van Heeckerenring” is genoemd naar Baron J.D. van Heeckeren tot Rooderloo die van 1762 tot 1779 schout was te Heerlen. De schout, verantwoordelijk voor de openbare orde, was voorzitter van de schepenbank, een functie met hoog aanzien.

De naam Koningsbeemd is afkomstig van “Hof Koningsbeemd”, een vierkantshoeve uit de 14e eeuw, die later Wijngaardshof werd genoemd  en in 1999 is afgebroken.

Over de herkomst van Huisbergerstraat is niets bekend, misschien dat het van oudsher de straat is waar het huis van familie Berger heeft gestaan.

D’r Penning

Het eerste wat een mijnwerker moest doen als hij het mijnterrein opging was bij de portier zijn penning ophalen. Op de penning stond zijn persoonlijk nummer. Daarna ging hij zich omkleden om vervolgens bij de schacht die penning weer in te leveren voordat hij ondergronds ging.

Penningen in vele soorten.

Aan het einde van de sjiech kreeg hij bovengronds zijn penning terug en kon hij gaan douchen en omkleden. Bij het verlaten van het mijnterrein werd de penning weer bij de portier ingeleverd. Als er penningen op het bord bleven hangen aan het einde van de sjiech betekende dat dat er nog mensen beneden waren, dan werd direct actie ondernomen om na te gaan wat de reden daarvan was. Als er penningen op het bord bij de portier bleven hangen betekende het dat er iemand niet was komen opdagen (boemelsjiech? (= snipperdag)).

Er waren vele soorten penningen. De dag-, middag- en nachsjiech hadden ieder hun eigen vorm. Die vorm kon van mijn tot mijn verschillen.  De nummers boven de 7000 waren bij de Staatsmijn Emma voor de bovengronders. De bovengronders hielden de penning de hele dag bij zich en leverde die net als de anderen bij het verlaten van het terrein in. Mensen met een bepaalde functie hadden hun eigen soort penning; de brandweer, reddingsbrigade, staatstoezicht.

In het begin waren de penningen van koper naderhand van messing en daarna van aluminium. In de oorlog werden nieuwe penningen gemaakt van ijzer omdat koper en messing schaars waren.

Lourdesgrot Mariarade

Bij het gehucht Kouvenrade (bij Hoensbroek) werd een kolonie gebouwd (architect Jan Stuyt) om mijnwerkersgezinnen van Staatsmijn Emma te huisvesten. In 1915 werd er door de orde van de Minderbroeders Conventuelen een klooster en een noodkerk (Heilig Hartkerk) gebouwd bij deze kolonie, die in de volksmond al snel de kloosterkolonie genoemd werd, in 1928 werd er ook nog  een sacramentspark aangelegd.

Omdat vrijdenkersvereniging “De Dageraad”  bij de mijn pamfletten had uitgedeeld waarin de heilige maagd Maria belasterd werd, kondigde Pater Fortunatus in januari 1929 aan dat er in het sacramentspark een lourdesgrot gebouw zou worden tot eerherstel van Maria.

Van grove natuursteen blokken bouwden de bewoners van de Kouvenrade een lourdesgrot naar het ontwerp van mijnbouwingenieur Schlösser. Korte tijd nadat de grot ingezegend was werd al de eerst gebedsverhoring gemeld. Toen dat bericht de ronde deed werd de Lourdesgrot een heus bedevaartsoord en kwamen er wekelijks honderden mensen van heinde en ver naar de grot om te bidden.

De namen Kloosterkolonie en Kouvenrade veranderden in Mariarade.

Bij het 25 jarig jubileum van de Lourdesgrot in juli 1954 werden zeven terracotta reliëfs  geschonken die de blijdschappen van Maria uitbeelden. De reliëfs van kunstenaar Eugène Quanjel waren in 1955 klaar en werden op 30 mei van dat jaar ingezegend.

In 1960/62 werd er een nieuwe Heilig Hartkerk gebouwd (architect Harry Koene) waarna de oude kerk werd afgebroken. Voor de nieuwbouw werd een groot deel van het park opgeofferd want de belangstelling voor de grot was in die jaren al veel minder dan voorheen en stopte op een gegeven moment nagenoeg helemaal. 

De nieuwe kerk staat anno 2020 al enkele jaren leeg en de Lourdesgrot wordt nog mondjesmaat bezocht door mensen uit de omgeving. Bij het feest van Maria Tenhemelopneming, op 15 augustus wordt er nog elk jaar bij de grot een mis opgedragen met aansluitend een kaarsenprocessie. Zo wordt dit stukje geschiedenis levend gehouden.