Schachtgebouw Oranje Nassaumijn I

Met het plaatsen van de rode neonletters boven op de schachtbok, werd in juli 1981 de restauratie van het schachtgebouw en ophaalgebouw van schacht twee van de voormalige ON1 mijn voltooid.

De sloop van het bovengrondse mijnbedrijf was in volle gang toen men zich in 1975 bedacht dat een herinnering aan de ON 1 mijn wel wenselijk zou zijn. Het door de sloophamer gehavende schachtgebouw en ophaalgebouw zouden hersteld worden zodra het nieuwe kantoorgebouw (CBS) dat op het voormalige mijnterrein gebouwd werd, klaar zou zijn.

Bij de restauratie is schachtgebouw 2 vanaf de fundering opnieuw opgebouwd met materialen van het behoedzaam gesloopte schachtgebouw 1. De originele bouwtekeningen waren bewaard gebleven, zodat het gebouw er in 1981 exact zo uitzag als toen het net opgeleverd was in 1897. Ook zijn er onderdelen van de schachtbok van schacht 1 gebruikt om schachtbok 2 compleet te maken.

De bouwstijl van zowel het schachtgebouw als het ophaalgebouw waren geïnspireerd op de zogenaamde Russische “Malakofftoren” en de beide gebouwen zijn in 1980 net als toen met kantelen en boogramen opnieuw herbouwd.

In het schachtgebouw bevond zich een 470 meter diepe schacht met een diameter van 320 centimeter waarin aan een dikke staalkabel hangende liftkooien voor het transport van mensen, kolen en materieel zich bevonden. Via het schachtwiel liep die dikke staalkabel naar het achtergelegen gebouw, het zogenaamde ophaalgebouw.

In het ophaalgebouw staat de originele ophaalmachine uit 1897 die oorspronkelijk stoom aangedreven was en daarna is omgebouwd en middels perslucht werd aangedreven.

Met het in werking stellen van de schachtwielen opende minister van der Hoeven op 7 november 2005 het Nationaal Mijnmuseum, die naam veranderde naderhand in Nederlands Mijnmuseum. In het museum zijn heel veel authentieke mijnspullen te bezichtigen en vertellen gidsen het verhaal van 75 jaar mijnindustrie in Limburg.

Glück Aiuf

De Droomvijver

De naam Droomvijver is eind jaren vijftig bedacht door de secretaris van de visvereniging “Haal op”. Een Hoensbroekse vereniging die al sinds 1952 bestaat. In de beginjaren had de vereniging geen eigen visvijver en werd er gevist aan het Julianakanaal en de Maas. Bij een bezoek aan een visvijver in Eindhoven in 1956, ontstond het idee om een eigen visvijver aan te leggen.

Een mogelijke locatie voor de vijver was het vrij natte terrein naast kasteel Hoensbroek, waar tot 1953 SV Hoensbroek voetbalde. De voorzitter van “Haal op” kon de directie van de Staatsmijnen overtuigen van het belang van een visvijver waardoor de eigenaar van het 8 hectare grote terrein en de gemeente Hoensbroek zich ook schaarden achter het plan om een 6 hectare grote visvijver te maken met een oeverlengte van 1500 meter. 

Foto Heerlen Totaal 2019

Men had becijferd  dat de aanleg van de vijver 165.000 gulden zou gaan kosten. Diverse belanghebbende partijen droegen hun steentje bij zodat de visvereniging zelf nog (maar) 10.000 gulden op tafel hoefde te leggen. Dankzij de bijdragen van burgers, middenstand en verenigingen was het geld snel bij elkaar en kon de burgemeester samen met de voorzitter op 24 juli 1959 de eerste spade in de grond steken.

Er werd een gracht gegraven en de grond werd als een wal aan de buitenzijde van de gracht opgeworpen. Omdat het grondwater in dit drassige gebied niet meer weg kon stromen liep het vol en ontstond de vijver.

Een vijver is pas een visvijver als er gevist wordt, maar daarvoor moet er wel vis in de vijver zwemmen. Vanaf februari 1960 werden er vissen in de vijver uitgezet en kon er een week voor de officiële opening op 29 mei 1960 de eerste viswedstrijd worden gehouden.

Als in de winters de vijver dicht vroor kon er tegen betaling geschaatst worden, dat leverde genoeg geld op voor de aanleg van 8 lichtmasten.

In 1967 werd er als kers op de taart door de leden van “Haal op” nog een kantine gebouwd. Zo was de droom van een eigen vijver compleet voor de grootste vereniging van Hoensbroek.

Bron: www.dedroomvijver.nl

Busstations van Heerlen

In 1955 werd het NS-terrein tussen het treinstation en de loodsen van Van Gent en Loos ingericht als busstation voor de LTM bussen. Overige busondernemingen hadden hun haltes nog steeds langs de weg, net zoals de LTM dat voorheen ook had. 

Loco burgemeester ir Hans Schlösser opende op vrijdag 15 oktober 1976 een nieuw busstation aan de noordzijde van het spoor en het eerste deel van de voetgangerstunnel (70 meter) die de verbinding vormde tussen het busstation en de perrons. Het busstation werd gebruikt door de LTM (18 buslijnen), lAO (4 buslijnen) en Mulder (één lijn). Ook werd de reconstructie van de Spoorsingel en de Kempkensweg op deze dag officieel in gebruik genomen.

Een jaar later (oktober 1977) werd de eerste paal geslagen voor de Hoppenhof waar uiteindelijk ook de stationsdiensten van LTM, lAO en Mulder een plaats zouden krijgen.

Juli 1977: In opdracht van de NS heeft architectenbureau Articon een overkapping ontworpen voor het busstation in Heerlen dat door Staalbouw Leunissen BV te Simpelveld gemaakt zou worden. De overkapping, met een doorrijhoogte van 4,25 meter en de luifels werden verbonden met het nieuwe kantoorgebouw, dat aan het uiteinde van de nu bestaande voetgangerstunnel werd gebouwd. 

In maart 1977 kreeg bouwbedrijf P. Smeets B.V. uit Meerssen, van architectenbureau Articon te Amersfoort de opdracht voor de bouw van het tweede gedeelte van de voetgangerstunnel. De tunnel moest een goede verbinding gaan vormen tussen het nieuwe busstation, het stadscentrum en het treinstation.

Burgemeester J. Reijnen heeft op 27 maart 1979 het kantoorgebouw de Hoppenhof de Kempkensweg officieel geopend.  De hoppenhof werd gebouwd door bouwonderneming Laeven B.V. uit Heerlen dat zich ook zelf vestigde in de Hoppenhof.

In augustus 1982 werd begonnen met de bouw van een nieuw treinstation. Dat als het ware op de tunnel werd gebouwd en een ondergrondse stationshal had op tunnelniveau.

Op 22 februari 1996 begon de sloop van de overkapping die weg moest  omdat het een droge plek bood voor junks.

In 2008 werd aan de noordkant van het station en ten oosten van de Hoppenhof een halfronde, open stalen boogconstructie geplaatst met een lengte van 60 meter en een overspanning van 30 meter. Onder de boog bevinden zich de bushaltes van het busstation Heerlen. Op de boog groeit een Italiaanse blauweregen die in de maand mei prachtig bloeit. Het staal heeft een speciale behandeling ondergaan zodat het niet iedere 30 jaar geschilderd hoeft te worden. Op 10 oktober van dat jaar werd het nieuwe busstation in gebruik genomen.

In 2006 is de Hoppenhof gerenoveerd om het een zelfde aanzien te geven als het Maankwartier waarvan de bouw startte in 2012

Samengevat:

Eind 1955 Busstation Zuid.

Juni 1976 Busstation noord in aanbouw.

Oktober 1976 Opening busstation noord & eerste deel tunnel.

Juli 1977 Opdracht overkapping.

Maart 1977 Opdracht tweede deel tunnel.

Oktober 1977 Eerste paal Hoppenhof.

Maart 1979 Opening Hoppenhof.

Mei 1982 Aankondiging bouw remise Zeswegen.

Augustus 1982 Start van de bouw van het nieuwe station.

November 1984 Onthulling van “de Reizigster”

Februari 1996 Sloop overkapping.

2006 Renovatie Hoppenhof.

2008 Bouw busstation noordoost.

Oktober 2008 Opening busstation noordoost.

2012 Start Maankwartier noord

Busonderneming LTM

De LTM exploiteerde sinds de oprichting op 15 februari 1921 de tramlijnen in Midden-Limburg en later alleen in Zuid-Limburg. Het hoofdkantoor verhuisde in 1945 van Roermond naar de Geerstraat 64 te Heerlen.

Op 23 februari 1957 werd een nieuw kantoorgebouw aan de Kempkensweg (heette later Spoorsingel) in gebruik genomen. Een betonconstructie bekleed met Franse natuursteen naar een ontwerp van architect Frits Peutz. Kosten 350.000 gulden.

Aandelen LTM in 1949: 40% rijksoverheid, 40% provinciale overheid en 20% Nederlandse Spoorwegen.

Vanwege de hoge onderhoudskosten van het trammaterieel werden er steeds meer bussen ingezet en werd de tramlijn Heerlen – Brunssum – Sittard op 31 juli 1949 opgeheven en op  14 mei 1950 arriveerde de laatste tram vanuit Kerkrade in Heerlen en hield de LTM zich alleen nog bezig met busvervoer.

Maar de LTM was niet de enige vervoerder; van en naar Heerlen reden vijf verschillende vervoerbedrijven die allemaal hun eigen ding deden. Pas vanaf 1974 werden hun diensten op elkaar afgestemd en kwam er een gezamenlijk busboekje. (Voor de jeugd: een busboekje was een boekje waar alle busroutes met stopplaatsen en vertrektijden vermeld werden).

VSL (Verenigd Streekvervoer Limburg) is opgericht in 1978, het is een fusie van: LTM (limburgsche Tramweg Maatschappij),  NAO (Nedam’s Autobus Onderneming) en EBAD (Eerste Beeker Autobus Dienst).

Tussen 1980 en 1986 nam VSL vervolgens de laatste particuliere bedrijven, CAO, IAO, Meussen, Mulder en De Valk over.

In 1989 werd VSL eigendom van holdingmaatschappij VSN (Verenigd Streekvervoer Nederland) 

In 1995 fuseerde VSL met Zuidooster Autobusdiensten NV uit Gennep. Zo ontstond er één vervoerder voor heel Limburg met de naam Hermes. In 1999 werd Hermes verkocht aan Connexxion

Vanaf 10 december 2006 werd het gehele openbaar vervoer verzorgd door Veolia Transport Nederland en sinds 11 december 2016 is het openbaar vervoer in handen van Arriva.

Busonderneming Mulder

Busbedrijf Mulder werd op 26 januari 1924 opgericht door Sjeng Mulder die met een busdienst tussen Heerlen en Hoensbroek begon en dat na enige tijd uitbreidde met een busdienst tussen Heerlen en Beek.Toen in 1929 ook broer Pierre in het bedrijf kwam werd de naam veranderd in “Gebroeders Mulder”.Na vier jaar (juni 1933) ging Pierre alleen verder met de lijn Heerlen-Hoensbroek en Sjeng met de lijn Heerlen-Beek, Als broer Hub Mulder in 1938 bij Sjeng in het bedrijf komt staat er weer  “Gebroeders Mulder” op het briefpapier. In 1942 voegde ook Pierre zijn onderneming er weer aan toe en gingen de drie broers samen verder.

In 1948 kochten Sjeng en Hub Amerikaanse bussen van het merk “White” die ze wit lieten spuiten. Ze vestigden zich met reisbureau “White Cars” aan het Emmaplein in Heerlen.

Veel bussen van White Cars hadden een eigen naam zoals Matterhorn – Rigi – Sint Gotthard – Jungfrau – Sint Bernhard – Majola – Riva del Garda – Grossglockner – San Salvatore – Oberjoch – Silvretta – Montserrat – Monte Cassina.

In 1954 werd de lijndienst Heerlen-Beek-Geleen overgenomen door de LTM en verzorgde White Cars alleen nog vakantiereizen door heel Europa.

In 1960 verhuisde White Cars naar de Spoorsingel waar behalve het reisbureau ook een garage was met ruimte voor ca. 20 bussen. Bovendien was er op de verdieping een hotel met een eetzaal geschikt voor 42 gasten. Op 1 januari 1978 is het bedrijf opgeheven.

Pierre bleef onder de naam PMH (Pierre Mulder Hoensbroek) de busdienst tussen Heerlen en Hoensbroek verzorgen. Onder de naam Green Cars verzorgde ook hij vakantiereizen. In 1953 nam de LTM de vergunning van PMH over en mocht Pierre de busdienst voor de LTM blijven uitvoeren. Na het overlijden van Pierre in 1979, nam de VSL het bedrijf in 1980 over.

VSL (Verenigd Streekvervoer Limburg) was een fusie van: LTM (limburgsche Tramweg Maatschappij),  NAO (Nedam’s Autobus Onderneming) en EBAD (Eerste Beeker Autobus Dienst).

Tussen 1980 en 1986 nam VSL vervolgens de laatste particuliere bedrijven, CAO, IAO, Meussen, Mulder en De Valk over.

In 1989 werd VSL eigendom van holdingmaatschappij VSN (Verenigd Streekvervoer Nederland) 

In 1995 fuseerde VSL met Zuidooster Autobusdiensten NV uit Gennep. Zo ontstond er één vervoerder voor heel Limburg met de naam Hermes. In 1999 werd Hermes verkocht aan Connexxion

Vanaf 10 december 2006 werd het gehele openbaar vervoer verzorgd door Veolia Transport Nederland en sinds 11 december 2016 is het openbaar vervoer in handen van Arriva.

IAO busonderneming

De NV Internationale Autobus Onderneming werd opgericht in 1937 en bestond uit twee zelfstandige busondernemingen, te weten busbedrijf Vankan uit Nieuwenhagen en busbedrijf Römkens uit Eygelshoven. In 1942 kregen de bussen de kleuren rood / crème. Bij Vankan overheerste de kleur crème en bij de bussen van Römkens de kleur rood. Op de achterkant van de bus stond of Nieuwenhagen – Eygelshoven (Vankan) of Eygelshoven Nieuwenhagen (Römkens).

Naast lijndiensten werden de bussen ook ingezet voor het vervoer van mijnwerkers en voor dagtochten.

Tot begin jaren vijftig vertrokken de IAO bussen vanaf het Wilhelminaplein, daarna vanaf de Spoorsingel, vanaf midden jaren vijftig vanuit de Stationsstraat en in oktober 1976 was er voor de vier lijndiensten van de IAO plek op het nieuwe busstation aan de noordkant.

In 1978 werd VSL (Verenigd Streekvervoer Limburg) opgericht, die de een na de andere busonderneming heeft overgenomen. IAO Vankan in 1984 en als laatste IAO Römkens in 1986.

VSL (Verenigd Streekvervoer Limburg) was een fusie van: LTM (limburgsche Tramweg Maatschappij),  NAO (Nedam’s Autobus Onderneming) en EBAD (Eerste Beeker Autobus Dienst).

Tussen 1980 en 1986 nam VSL vervolgens de laatste particuliere bedrijven, CAO, IAO, Meussen, Mulder en De Valk over.

In 1989 werd VSL eigendom van holdingmaatschappij VSN (Verenigd Streekvervoer Nederland) 

In 1995 fuseerde VSL met Zuidooster Autobusdiensten NV uit Gennep. Zo ontstond er één vervoerder voor heel Limburg met de naam Hermes. In 1999 werd Hermes verkocht aan Connexxion

Vanaf 10 december 2006 werd het gehele openbaar vervoer verzorgd door Veolia Transport Nederland en sinds 11 december 2016 is het openbaar vervoer in handen van Arriva.

HISTORISCH VERHOAL

Zaag kint ier t verhoal, joa wit der t misjien och

Van dat beeld aan t sjtadhoes, boave Hoeëg in gen loch.

Ier wit t nog neet. Och dan mot der ns huure

Wat mich i gen Geleensjtroat dizzer dage gebuurde.

.

t Woar al laat in der oavond en gee minsj woar mieë boeëte.

Hei en doa brank nog leech urgens achter de roeëte.

Ne polies dooch zieng rungde, he keek mich ns aan

Als went he wool zage, woa kunst doe mog vandaan?

.

Der wink koam get op en t woed och al kouwer.

Ich kroop in minge jas en ich gong mar get gaufwer.

Opins …. sjtong ich sjtil en ich drieënde mich um.

Wat woar dat noe geweë, ich hoeët toch duudelik n sjtum.

.

Ich hoeët iemes zuchte, nee doe hoeët ich nieks mieë.

En t woar toch gee minsj i gen sjtroat mieë te zieë.

Ich keek ns noa boave … joa doe wos ich genog.

t Woar Sint Pancratius, aan t sjtadhoes i gen loch.

.

Ich gong op hem aan en doe hoeët ich hem klage.

Ich hoeët der Pancratius gans duudelik zage:

“ich doog t zoegeer, ich doog t ummer mit sjpas.

Mit plezeer heel ich uch hei t sjtadswape vas.

.

Mar noe is t genog, joa noe is t gedoa, 

Want zoeë kan ich hei neet mieë lang blieve sjtoa.

Wat zaan ich sjtoa, nee neet sjtoa, want ich hang

Hei aan t sjtadhoes wie n wrat op en wang.

.

Mienge ruk is zoeë sjtief graat als wuur t n plank.

Ich han gee geveul mieë in knei en in hank

Dat wape wat ich vashaw weed zwoarder als loeëd.

Wen ich hei nog blief hange t is besjlis mienge doeëd.

.

Dan bin ich opnui als martelaar gesjtorve

En han mich opnui wer der Hieëmel verworve.

Ich begin och te veule zelfs i mienge maag,

Zoeë hoeëg i gen loch, dat ich dat neet verdraag.

.

Ich kan t neet mieë, nee ich weet ginne roat

Geliek lik ik mit wape en al i gen sjtroat”.

.

Doe woar t wer sjtil, nee noe sjprok he meet mieë.

He houw n troan i gen oog, dat kos ich good zieë.

.

“Och Hilige Pancratius, ich kan t gans good begriepe

Dat ier t doa boave van angs begint te kniepe.

r Is och neet sjoen, wat ze mit uch hant gedoa.

Worum hant ze uch neet oppen ead loate sjtoa.

.

Mar noa onge valle, ich geleuf neet, dat dat geet

Ier kunt toch neet zieë of ieëmes onger uch sjteet.

Noe sjtelt uch ins vuur, ier veelt mit t ganse gewicht

Opins hei noa onge iemes op zie gezicht.

.

Dat geuf e sjpektakel en dan nog de rest

Ze zouwe nog zage he doog het expres.

.

En Sinte Pancratius wat hauwt ier waal gedacht.

Me hauw uuch veur nieks doa zoe Hoeëg aangebracht.

Dacht  ier dat ier gratis in die moer zit gesjoave

Doavuur wead noe och wer belasting gehoave.

.

Noe zeet toch versjtendig en berust in t lot

Dat ier doa zoe hoeëg aan die moet hange mot”.

.

Wie ich dat noe gezag hauw, doe keek he moa mich

En he mos effe lache mit zie ganse gezich.

.

“Doe has geliek jong, ich zal mie lot noe mar drage.

Joa ich hauwt mich noe sjtil en zal gaar neet mieë klage.

Ich zal in de toekoms graat wie in vreuger dage

Geduldig t wape va Hehle wer drage”.

.

Wie he dat hauw gezag pitsjde he mich n oog

Noe woar ich tevreie wie ich dat och nog zoog.

Ich wunsje hem n “gouw nach” en doe bin ich gegange

Want Pancratius bleef mit plezeer noe doa hange. 

.

En ’t snachts wen der wink jiegt durch de sjtroate.

En Hehle liekt sjtil en gans verloate

Dan huurt me t beeld noch ummer zage

“Ich bin trots, dat ich t wape va Hehle maag drage”

.

Wiel Knipa, 1948

Noca Nola

Leo Moulen, eigenaar van een mineraalwaterfabriek in Voerendaal – Kunrade, liet in 1922 de merknaam “Noca Nola” vastleggen. Hiermee wist hij in 1928 de introductie van Coca Cola in Zuid-Limburg tegen te houden.

In 1937 werd voor een bedrag van 10.000 gulden overeengekomen dat de naam ”Noca Nola” na 31 december 1939 niet meer gebruikt mocht worden zodat de Amerikanen ook hier Coca Cola konden gaan verkopen.

De sinaasappellimonade Noca Nola heette vanaf toen Oran Jola.

AVON

Op 1 mei 1923 werd de oudste atletiekvereniging van Limburg opgericht, de Atletiek Vereniging Oranje Nassau, afgekort AVON. Het doel van de vereniging was om de leden, veelal werknemers van de Oranje Nassaumijn, een verantwoorde ontspanning te bieden. De AVON is ontstaan uit de Oranje Nassau Sportvereniging (ONS). De ONS werd in het voorjaar van 1917 opgericht en er werd  gevoetbald, gekorfbald en aan gymnastiek en atletiek gedaan. 

Tijdens de Duitse bezetting waren AVON leden sterk vertegenwoordigd bij het verzet in de Oostelijke Mijnstreek. Om de verzetshelden te eren brengen estafettelopers van de AVON ieder jaar op 5 mei de vrijheidsfakkel van Wageningen naar Heerlen. Met de fakkel wordt het bevrijdingsvuur bij de gedachteniskapel aan de Akerstraat aangestoken.

Door de jaren heen heeft de AVON vele grote en kleine prijzen gewonnen en zelfs leden mogen afvaardigen naar de Olympische Spelen. Ook de Telematicaloop Heerlen en de Parelloop Brunssum zijn mede door de AVON ontstaan. 

Ooit had de AVON een atletiekbaan aan de Sittarderweg, anno 2023 wordt de moeder aller sporten in het Emma Stadion aan de Passartweg beoefend.

GMS (H)

De buurten Grasbroek, Musschemig, Schandelen en Hoppersgraaf vormen samen de wijk GMS in het stadsdeel Heerlen-Stad. Hoppersgraaf is de minst bekende van dit viertal terwijl er maar liefst 1220 mensen wonen (cijfers uit 2023)

Maar waar ligt Hoppersgraaf dan zult u zich vragen. De grens wordt gevormd door het spoor van de spoorwegovergang Gringelstraat tot aan de busremise, (rechtsaf) vervolgens door de CBS-weg tot aan de Sittarderweg, (linksaf) Sittarderweg tot aan de Cluysenaerstraat, (rechtsaf) Cluysenaerstraat tot aan de Grasbroekerweg, (rechtsaf) van de Grasbroekerweg tot aan de LTM weg, (linksaf) LTM-weg tot aan de Meezenbroekerweg, (rechtsaf) Meezenbroekerweg tot aan de Willemstraat, (linksaf) Willemstraat tot de Spoorsingel, (linksaf) Spoorsingel tot aan de spoorwegovergang. 

In de buurt Hoppersgraaf liggen dus het CBS en Carbon 6 maar ook het schachtgebouw van het Nederlands Mijnmuseum. Het noordelijk deel van het maankwartier, met heliostaat, ligt ook in de Hoppersgraaf (GMS). Een moskee, een behoorlijk aantal muurschilderingen, onder andere de grootste van Europa. Een busstation en een treinstation (“Heerlen centraal”).

De naam Hoppersgraaf is al van voor 1845. Toen werd de weg van Heerlen naar Ten Esschen Hoppersgraaf genoemd (later de Parallelweg).  De naam zou afgeleid kunnen zijn van een familienaam, Hopper of Hoppers of misschien zelfs van Hoppermans. “Graaf” is het Limburgse woord voor berm, greppel of sleuf.

Heerlen Totaal 2023