Rondleiding Landsfort

Tijdens deze rondleiding komt de middeleeuwse geschiedenis van Heerlen aan de orde. Kiest u voor een rondleiding op een van onderstaande data in 2026 dan zullen we ook een kijkje nemen in de Schelmentoren.

18 & 28 februari                    
1 maart 
4 & 5 april
2 & 3 mei
6 & 7 juni
4 & 5 juli
1 & 2 augustus
5, 6 & 13 september
3, 4 & 31 oktober
1 & 11 november
5 & 6 december

Kasteel Terworm

Riddergeslacht Van Geitsbach- zu der Worm (men had ook gronden langs het riviertje de Worm)  liet halverwege de 14e eeuw een door een gracht omgeven versterkt woonhuis bouwen op een leengoed van de aartsbisschop van Keulen en viel als leen onder de Keur-Keulse Mankamer te Heerlen.

Het kasteel dat vroeger bekend stond onder de naam Geitsbach (betekent: snel stromende beek), wordt tegenwoordig Terworm genoemd. (Zu der Worm verbasterde tot Ter-Worm). Het was een rechthoekig kasteel met een ronde en een rechthoekige toren en een ommuurde binnenplaats, opgetrokken uit kunradersteen.

Het kasteel had een meer representatieve dan defensieve functie. Anders hadden de torens niet aan de minst bedreigde kant gestaan. De binnenplaats kon makkelijk vanaf een naastgelegen heuvel beschoten worden.

Het kasteel is in 1542 door brand verwoest, in 1550 herbouwd in dezelfde stijl, echter wel met een zadeldak tussen twee trapgevels.  Alleen de eerste vier meter van het kasteel bleven in het oorspronkelijke mergel en kunradersteen bestaan.  De herbouw, uitgevoerd door de familie Van Wijlre, geschiedde in baksteen en om het verschil tussen de mergel en de baksteen te verhullen werd het gebouw wit geschilderd. 

Begin achttiende eeuw moderniseerde deze familie eveneens de meeste bijgebouwen door deze grotendeels uit vakwerk opgetrokken bouwwerken te verstenen. Aan de binnenplaats zijn de jaartankers van 1670 te zien. De westvleugel is volgens de jaarankers in 1716 gebouwd of verbouwd en de zuidvleugel in 1718. 

De vernieuwde noordvleugel bezit een wapensteen met opschrift 1621 en de wapens van Hendrik von Beulardt zu Beulaerdtstein X Van Eynatten Reymersdal. Deze steen is afkomstig van kasteel Eyckholt dat in 1760 is afgebroken.

In 1738 komt het kasteel in handen van het geslacht van der Heyden genaamd Belderbusch. 

  • Vincent van der Heyden Belderbusch (1690 – 1771)
  • Maximiliaan van der Heyden Belderbusch (1717 – 1776)
  • Karel Leopold van der Heyden Belderbusch (1749 – 1826)

In 1767 liet Maximiliaan Willem van der Heyden genaamd Belderbusch het kasteel verbouwen. De hardstenen raamomlijsting worden aangebracht en de brug aan de oostzijde van het kasteel wordt gemaakt. Ook de Franse siertuin werd toen aangelegd naar een ontwerp van L. Fuchs uit Brussel. 

Door vererving en uitkoop werd Charles van Böselager  (de achterneef van Karel Leopold van der Heijden genaamd Bösenjager (1749 – 1826) in 1826 de nieuwe eigenaar. Het kasteel en de goederen werden aan zijn dochter Antonia overgedragen.  In 1846 trouwde zij met baron Otto de Loë – Imstenraedt, burgemeester van Mheer en woonachtig op het kasteel Mheer. Na haar overlijden in 1847 kwam Terworm geheel in handen van de familie de Loë. Het was ook deze tijd waarin nog goederen en boerderijen in de omgeving aangekocht werden. 

Baron Franz de Loë, zoon uit Otto`s uit tweede huwelijk ging in 1883 op kasteel Terworm wonen terwijl zijn andere broer op kasteel Mheer woonachtig bleef. Na een erfenis in 1890 liet Baron Franz de Loë Terworm verbouwen tot een herenhuis waarbij het merendeels zijn huidige neogotische vorm verkreeg. Architect L. de Fisenne. 

Die naam Fisenne kwam voor het eerst boven water tijdens de laatste restauratie. Een ingemetselde fles werd gevonden met daarin een handgeschreven perkament met gegevens over de toenmalige bouw en de naam van de architect. 

De trapgevels werden opnieuw aangebracht en het kasteel werd beklampt met baksteen aan de buitenkant. Aan de zuidkant van het kasteel werd een arkeltorentje gemaakt en de brug tussen het kasteel en de tuin werd vernieuwd.

Na het overlijden van zijn echtgenote in 1902 ging baron Franz in Bonn wonen. Hierna werd het kasteel enkele jaren verhuurd aan de Staatsmijnen en deels ook aan de familie De Fürstenberg.

De eerste directeur van de staatsmijnen, Henri Johan Eduard Wenckebach, resideerde in Kasteel TerWorm. Het kasteel was slechts te bereiken via een landweg en de postdienst bleef beperkt tot één bestelling per dag. Opvolger, directeur generaal van de staatsmijnen Mr. Dr. W.F.J. Frowein (1908 – 1942) bestuurde de staatsmijnen vanuit het centrum van Heerlen, vanuit de “boerderij”. 

Na de Tweede Wereldoorlog verpauperde het kasteel door gebrek aan onderhoud en door mijnschade. Ook het landgoed raakte in verval.

Renovatie kasteel

In november 1986 kocht Gerrit Van der Valk het kasteel en een deel van het landgoed.

In het najaar van 1997 startte de renovatie waarbij het gehele kasteel en de voorburcht onderhanden werden genomen.

Uiteindelijk opende het hotel- restaurant Van der Valk Kasteel Terworm op 15 juli 1999 haar deuren. 

Bij de renovatie van het kasteel is geprobeerd zoveel mogelijk van het hoofdgebouw en de bijgebouwen in de oude staat te laten. Maar waar nieuw is gebouwd, is dat met opzet ook duidelijk te zien. Het nieuwe gaat hier samen met het oude. Aan de noordzijde is het arkeltorentje aangebracht dat al in 1890 gepland was maar nooit is uitgevoerd.

De restauratiekosten werden betaald door het Van der Valk concern       (8 miljoen van de totaal 15,5 miljoen gulden), het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het ministerie, de provincie Limburg, de Gemeente Heerlen en de stichting Limburgse Kastelen. 

Het kasteel was vervallen en dreigde letterlijk uit elkaar te vallen omdat het precies op een breuklijn staat (Heerlerheidebreuk). 

Men heeft daarom onder het kasteel een gewapende betonnen plaat gemaakt waar het kasteel nu als het ware opstaat.

Heerlerheidebreuk is ongeveer 25 centimeter breed en heeft een verschuiving van ongeveer 20 meter. De Feldbissbreuk heeft een breedte van 80 tot 200 meter en een verschuiving van ongeveer 400 meter.

Vloeren werden opgehoogd, trappen herlegt, daken en gevels hersteld en vernieuwd, de tussengracht weer uitgegraven. De torenkamer verbouwd tot een schitterende suite. Sporen uit het verleden combineren hier met de hedendaagse luxe en comfort. 

Dertig kamers in de pachthof, tien kamers in het kasteel. 

Niet één kamer is hetzelfde. Zeer bijzonder zijn de Torensuites en de Poortwachtersuite, gelegen boven de toegangspoort. Opmerkelijk is zonder meer het ‘Torentje van TerWorm’. Een schitterende ronde kamer, die uitnodigt tot ‘ronde tafel gesprekken’. Naast deze sfeervolle kamers bevindt zich in het kasteel de receptie, bar, bistro en het restaurant. Een bezoek aan hotel-restaurant Kasteel TerWorm staat garant voor allure en niveau.

Keur-Keulse Mankamer

Het Feodale stelsel

Een leenheer gaf een leen in bruikleen aan een leenman, die het weer, in delen, in bruikleen kon geven aan achterleenmannen Zo een leengoed bestond uit onroerende goederen.

  • Hij moest trouw zweren aan de koning;
  • Hij moest zijn gebied besturen en er recht-spreken;
  • Hij moest jaarlijks belasting aan de koning betalen;
  • Als er oorlog was in het Rijk, moest hij met zijn eigen soldaten meevechten in het leger van de koning.

Van ongeveer 500 tot 1500 nC werd het leenstelsel gebruikt

Leenheren in deze omgeving waren:

  • Aartsbisdom Keulen

De Keur-Keulse Mankamer

Sinds de 12e eeuw beschikten de aartsbisschoppen van Keulen over leengoed in het Land van Valkenburg, langs de Worm en in het Land van Ter Heyden (onder Horbach). Vanaf de vijftiende eeuw werd de registratie van een zestigtal leengoederen geregeld door de Keur-keulse Mankamer.

De mankamer had een administratieve taak maar hield zich onder andere bezig met verheffingen (Onder leenverheffing verstond men het afleggen van de eed van trouw en hulde aan de leenheer) en rechtspraak bij onderlinge geschillen. De Keur-Keulse Mankamer werd in 1518 pas voor het eerst in de archieven genoemd.

Vergaderingen vonden plaats in het Manhuis (Mannes in de volksmond) in de Dorpsstraat te Heerlen (later Emmastraat, nu Pancratiusstraat). 

Het manhuis was als het ware een boerderijachtig woonhuis waar vergaderd kon worden. Het Manhuis werd in 1870 door brand verwoest en is niet herbouwd.

Franse school

Het is al meer dan honderd jaar geleden en toch zijn er nog steeds mensen in GMS(H) die weten wat de Franse school was. Voor de mensen die het niet meer weten of nooit geweten hebben volgt hier een korte uitleg. 

Vlak voor, maar ook tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918) vluchtte Belgische en Franse militairen naar het neutrale Nederland. Daar werden zij ontwapend en opgesloten in interneringskampen. Dat opsluiten was noodzakelijk om de neutraliteit van Nederland te waarborgen. De militairen werden tewerkgesteld.

Naast kampen voor militairen waren er ook kampen voor burgergezinnen.  Om de kinderen van onderwijs te voorzien werden er twee Belgische en een Franse school gesticht in Heerlen. Een Belgische school voor jongens en een Belgische school voor meisjes. Beide scholen lagen aan de Sittarderweg en hadden gemiddeld 125 leerlingen en 4 leraren.

De Franse school lag aan de Huskensweg 44 en had 35 leerlingen en 2 leraren. De school was dus gewoon in een woonhuis gevestigd.

De Oranje Nassaumijn, waar de geïnterneerden te werk werden gesteld  zorgde voor de inrichting van de scholen en verstrekte gratis brandstof.

Onder de foto staat “Ecole Française O.N.I.  Huskensweg Heerlen” Het gebouw is echter een villa aan de Sittarderweg die ook directeursvilla is geweest voor de directeur van de Oranje Nassau mijn. Waren daar misschien de twee Belgische scholen gevestigd? 

De Morgester

Hoeve de Morgenster is gebouwd in 1868 en was een afsplitsing van kasteelboerderij Prickenis, het lag dan ook aan de toegangsweg naar Prickenis. In 1974/75 is de boerderij afgebroken. De hoeven lag een dikke 100 meter rechts naast de plek waar anno 2025  de Gamma staat in de Cramer. De toegangsweg naar Prickenis is er nog steeds. 

Op de plaats waar het Limburgs dagblad lag, stond de kolonie de Morgenster bestaande uit 24 woningen bestemd voor mijnwerkers. Gebouwd in 1917, eerste bewoners januari 1918 en weer afgebroken in 1962.

Hoeve Ten Esschen

Hoeve ten Esschen is in 1975 afgebroken. Door het verleggen van de autosnelweg kwam de hoeve in het gedrang, verviel en werd uiteindelijk afgebroken. De hoeve lag op de plek waar anno 2025 de parkeerplaats van Basic Fit is (Ten Esschen 100).

In de 14e eeuw wordt Reyner van den Esschen als leenman genoemd  en in 1519 Lens van Esschen.  Heyntgen Ubachs, geboren rond 1535, gehuwd met Lysken van den Esschen, komt samen met zijn broers en zussen op 1 augustus 1559 in het bezit van het leengoed Ten Esschen met bijbehorende weilanden en landerijen. 

De familie Ubachs had familiebanden met het riddergeslacht Van Retersbeek, de latere graven van Schaesberg afkomstig van het nabijgelegen kasteel Retersbeek. Vele telgen uit dit geslacht zouden in de nakomende eeuwen schepen zijn in de schepenbank Heerlen. 

Hoeve Rotan Rentenaar – Ten Esschen 26 is NIET hoeve Ten Esschen! De hoeve uit de 19e eeuw wordt hoeve Rotan-Rentenaar genoemd omdat dat de naam van het bedrijf was dat er gevestigd was. Het bedrijf leverde  tafels en stoelen van Rotan, dat in de wederopbouwperiode populair was.

Ten Esschen hoorde tot aan de gemeentelijke herindeling van 1982 bij de gemeente Voerendaal.

Den Struyver

Hoeve De Struyver, gelegen tussen Prickenis en Ten Esschen, is de opvolger van de kasteelboerderij De Struyver, die tot in de 17e eeuw noordelijker in het Geleendal lag.  Het leengoed was in 1500 in handen van Johann von Benssenraide en bestond uit  Kasteelhoeve de Struyver zu Geisbach en een motteburcht Na zijn dood in 1543 werd zijn schoonzoon, Johann von Schwarzenberg met het goed beleend. 

De huidige carréboerderij werd in 1742 is gebouwd in opdracht van de Heer van Terworm. De gebouwen van de huidige hoeve dateren uit de 17e tot de 20e eeuw. De buitengevel van het woonhuis is van 1742. De naam De Struiver is terug te vinden tot het jaar 1381.

Na 1984 kwam de boerderij leeg te staan en raakte mede door een aantal branden, veroorzaakt door illegale wietteelt en een drugslab, in verval . Er zijn vaker kandidaten geweest die de boerderij wilden opknappen om er bijvoorbeeld een sexclub in te beginnen maar het is nooit gerealiseerd. In 2019 is de Struyver voor 4 ton verkocht aan de huidige (2025) eigenaar. Architectenbureau Bikker heeft in 2025 een nieuw plan gepresenteerd aan de gemeente om de boerderij te herbouwen als woonhuis.

Motte

Een motte ontstond door het graven van een ringvormige gracht waarvan de grond naar het midden toe tot een heuvel werd opgeworpen.  Tussen de heuvel en de gracht werd vaak nog een palisade gebouwd van spitse, naast elkaar geplaatste palen. Boven op de heuvel werd dan een houten toren gebouwd die soms later werd vervangen door een stenen toren, een donjon. Zo zijn vele kastelen ontstaan.

De motte bij Ten Esschen heeft zich nooit ontwikkeld tot een kasteel en kan van vroegmiddeleeuwse oorsprong zijn of dat er zelfs een Romeinse wachttoren heeft gestaan.

Villa Eikhold

Gebouwd in 1913, oorspronkelijke naam Villa Welteroord. Opdrachtgever was Jan Koster, een uit Amsterdam afkomstige mijnbouwingenieur en liberaal politicus. 

Sedert 1955 is deze villa in bezit van het NIVON, een acroniem voor Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk.

De villa heeft tegenwoordig 35 slaapkamers variërend van 2-persoons- tot 6-persoonskamers. Verder beschikt de villa over een bibliotheek, een zitkamer, een grote eetzaal, een recreatieruimte met tv en een grote keuken.

Den Dreesch

De Dries of Ten Driesch of den Dreesch is een hoeve en voormalig kasteel dat in de 15e eeuw ‘Hoff zu Driesch” heette en een leengoed was van het aartsbisdom Keulen, het goed was in handen van Thys van den Driesch, via het huwelijk van zijn dochter kwam het in handen van de familie Van Hillensberg.

Achtereenvolgens werden de onderstaande families eigenaar van De Dries:

  • In 1535 Johan van Strijthagen
  • Families Van Eynatten, 
  • Familie Von Beulart tot Beulartstein
  • Familie Von Holthausen 
  • In 1730 verkocht weduwe Maria Nijpels twee derde aan 
  • Frederik Willem van Wylre, kanunnik in Aken. 
  • In 1738 kocht Vincent Philip Anton baron van der Heyden genaamd van Belderbusch kocht het deel van Van Wylre en het deel van de weduwe Nijpels. Vanaf dat moment was De Dries een onderdeel van landgoed Terworm.
  • In 1917 werd landgoed Terworm verkocht aan de Oranje Nassau Mijnen. 

Op de sluitsteen van het huis staat 1733, hoe het daarvoor uitzag is niet bekend. Begin 19e eeuw was er nog een kasteeleiland waarop het huidige huis stond en een omgracht voorplein. Aan de noordzijde bevonden zich visvijvers.

Het gebouw is met Kunradersteen opgetrokken. In de woonhuisgevel bevinden zich een oorspronkelijk rondboogpoort en vensters met hardstenen tussendorpels.

Hoeve Den Driesch bleef als boerderij in gebruik.