Eind 18e eeuw (1767) liet graaf Maximiliaan Van der Heyden genaamd Belderbusch (zoon van graaf Vincent Van der Heyden genaamd Belderbusch (1690-1771)) door L. Fuchs uit Brussel een tuin aanleggen in Franse rococo stijl. Aan de oostzijde van het kasteel werd een brug gemaakt om de tuin gemakkelijk bereikbaar te maken voor de kasteelbewoners.
Rond 1825 werd er bij de tuin een Oranjerie gebouwd waarin niet winterharde planten konden overwinteren, denk aan citrusbomen (in kuip)
De fontein in het midden van de tuin werd destijds gevoed met water uit een bron. Deze bron was hoger gelegen zodat het water onder druk uit de fontein spoot. De waterleiding van de bron naar de fontein was van eikenhout gemaakt.
De tuin van weleer was door de eeuwen heen veranderd in een weiland. Restanten van de twee toegangszuilen waren de enige zichtbare sporen uit een roemrucht verleden.
Aan de hand van opgravingen en een archeologisch onderzoek vond er van 2001 tot 2003 een, op de centimeter nauwkeurige reconstructie van de tuin plaats *. Dat hiervoor zelfs de Geleenbeek weer terug naar haar oorspronkelijke stroomgebied werd verlegd is slechts een detail, maar geeft wel aan hoe groot deze klus is geweest.
Men ontdekte resten van (oude rassen) leifruitbomen, rozen, lavendel en buxus. De geleide fruitbomen stonden op het zuiden gericht tegen een bakstenen muur. De tuin werd en wordt begrensd door hagen van Gele kornoelje (Cornus mas).
De gereconstrueerde kasteeltuin is op 15 juni 2003 officieel geopend door Drs. A.B. Sakkers, burgemeester van Heerlen.
- Afmetingen: tuin 94 bij 74 meter omgeven door een sloot van 4,5 meter breed en 1,60 meter diep. Oranjerie: 15,5 x 5,3 meter. Fontein met een diameter van 4,5 meter en 7,5 meter.