Huis De Luijff

Toen aan de Veemarkt nu aan het Wilhelminaplein (24) .

De Luijff is gebouwd als woonhuis tussen 1600 en 1615 in opdracht van Jan Dautzenberg, secretaris van Heerlen. Tot 1737 bleef het huis in bezit van familie Dautzenberg.

In 1802 kocht Apotheker Albert Schultze de woning (Schultze was van 1818 tot 1820 Burgemeester van Heerlen) en liet het pand ingrijpend verbouwen, er werd een tweede woonlaag op gebouwd en het dak werd minder steil. Met de verbouwing verdween de luifel boven de voordeur waar het pand tot op de dag van vandaag zijn bijnaam aan te danken heeft. Boven de voordeur zien we nu de afbeelding van een vijzel, het apothekers teken. Albert Schulze bleef er tot aan zijn dood in 1828 wonen. De kinderen Schultze verkochten het pand aan Stollé Kemmerling dat door vererving werd doorgegeven aan Preusser-Stollé.  Daarom wordt het pad ook wel “huis Preusser” genoemd.

In 1921 werd de Mijnvereniging eigenaar van het pand. Na de Tweede Wereldoorlog gaan de Limburgse mijnen nog meer samenwerken en werd de Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg, de GSL, opgericht die in 1959 huis De Luijff overnemen. De GSL laat achter “De Luijff” een kantorencomplex bouwen met vergaderruimte naar een ontwerp van architect Gerard Holt.

Sinds de oprichting van de EGKS (Europese Gemeenschap van Kolen en Staal) op 18 april 1951, vond er internationaal overleg plaats tussen de deelnemende landen Italië, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, België en Nederland, dat overleg vond soms in dit gebouw in Heerlen plaats.

In 1970 werd het eigendom van de gemeente Heerlen. Sinds 2010 is in “de Luijff” het Toon Hermans Huis Parkstad gevestigd. In het kantorencomplex is nu een bedrijfsverzamelgebouw onder de naam Betahuis gevestigd.

Tags: geen tags

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *