Riddergeslacht Van Geitsbach- zu der Worm (men had ook gronden langs het riviertje de Worm) liet halverwege de 14e eeuw een door een gracht omgeven versterkt woonhuis bouwen op een leengoed van de aartsbisschop van Keulen en viel als leen onder de Keur-Keulse Mankamer te Heerlen.
Het kasteel dat vroeger bekend stond onder de naam Geitsbach (betekent: snel stromende beek), wordt tegenwoordig Terworm genoemd. (Zu der Worm verbasterde tot Ter-Worm). Het was een rechthoekig kasteel met een ronde en een rechthoekige toren en een ommuurde binnenplaats, opgetrokken uit kunradersteen.
Het kasteel had een meer representatieve dan defensieve functie. Anders hadden de torens niet aan de minst bedreigde kant gestaan. De binnenplaats kon makkelijk vanaf een naastgelegen heuvel beschoten worden.
Het kasteel is in 1542 door brand verwoest, in 1550 herbouwd in dezelfde stijl, echter wel met een zadeldak tussen twee trapgevels. Alleen de eerste vier meter van het kasteel bleven in het oorspronkelijke mergel en kunradersteen bestaan. De herbouw, uitgevoerd door de familie Van Wijlre, geschiedde in baksteen en om het verschil tussen de mergel en de baksteen te verhullen werd het gebouw wit geschilderd.
Begin achttiende eeuw moderniseerde deze familie eveneens de meeste bijgebouwen door deze grotendeels uit vakwerk opgetrokken bouwwerken te verstenen. Aan de binnenplaats zijn de jaartankers van 1670 te zien. De westvleugel is volgens de jaarankers in 1716 gebouwd of verbouwd en de zuidvleugel in 1718.
De vernieuwde noordvleugel bezit een wapensteen met opschrift 1621 en de wapens van Hendrik von Beulardt zu Beulaerdtstein X Van Eynatten Reymersdal. Deze steen is afkomstig van kasteel Eyckholt dat in 1760 is afgebroken.
In 1738 komt het kasteel in handen van het geslacht van der Heyden genaamd Belderbusch.
- Vincent van der Heyden Belderbusch (1690 – 1771)
- Maximiliaan van der Heyden Belderbusch (1717 – 1776)
- Karel Leopold van der Heyden Belderbusch (1749 – 1826)
In 1767 liet Maximiliaan Willem van der Heyden genaamd Belderbusch het kasteel verbouwen. De hardstenen raamomlijsting worden aangebracht en de brug aan de oostzijde van het kasteel wordt gemaakt. Ook de Franse siertuin werd toen aangelegd naar een ontwerp van L. Fuchs uit Brussel.
Door vererving en uitkoop werd Charles van Böselager (de achterneef van Karel Leopold van der Heijden genaamd Bösenjager (1749 – 1826) in 1826 de nieuwe eigenaar. Het kasteel en de goederen werden aan zijn dochter Antonia overgedragen. In 1846 trouwde zij met baron Otto de Loë – Imstenraedt, burgemeester van Mheer en woonachtig op het kasteel Mheer. Na haar overlijden in 1847 kwam Terworm geheel in handen van de familie de Loë. Het was ook deze tijd waarin nog goederen en boerderijen in de omgeving aangekocht werden.
Baron Franz de Loë, zoon uit Otto`s uit tweede huwelijk ging in 1883 op kasteel Terworm wonen terwijl zijn andere broer op kasteel Mheer woonachtig bleef. Na een erfenis in 1890 liet Baron Franz de Loë Terworm verbouwen tot een herenhuis waarbij het merendeels zijn huidige neogotische vorm verkreeg. Architect L. de Fisenne.
Die naam Fisenne kwam voor het eerst boven water tijdens de laatste restauratie. Een ingemetselde fles werd gevonden met daarin een handgeschreven perkament met gegevens over de toenmalige bouw en de naam van de architect.
De trapgevels werden opnieuw aangebracht en het kasteel werd beklampt met baksteen aan de buitenkant. Aan de zuidkant van het kasteel werd een arkeltorentje gemaakt en de brug tussen het kasteel en de tuin werd vernieuwd.
Na het overlijden van zijn echtgenote in 1902 ging baron Franz in Bonn wonen. Hierna werd het kasteel enkele jaren verhuurd aan de Staatsmijnen en deels ook aan de familie De Fürstenberg.
De eerste directeur van de staatsmijnen, Henri Johan Eduard Wenckebach, resideerde in Kasteel TerWorm. Het kasteel was slechts te bereiken via een landweg en de postdienst bleef beperkt tot één bestelling per dag. Opvolger, directeur generaal van de staatsmijnen Mr. Dr. W.F.J. Frowein (1908 – 1942) bestuurde de staatsmijnen vanuit het centrum van Heerlen, vanuit de “boerderij”.
Na de Tweede Wereldoorlog verpauperde het kasteel door gebrek aan onderhoud en door mijnschade. Ook het landgoed raakte in verval.
Renovatie kasteel
In november 1986 kocht Gerrit Van der Valk het kasteel en een deel van het landgoed.
In het najaar van 1997 startte de renovatie waarbij het gehele kasteel en de voorburcht onderhanden werden genomen.
Uiteindelijk opende het hotel- restaurant Van der Valk Kasteel Terworm op 15 juli 1999 haar deuren.
Bij de renovatie van het kasteel is geprobeerd zoveel mogelijk van het hoofdgebouw en de bijgebouwen in de oude staat te laten. Maar waar nieuw is gebouwd, is dat met opzet ook duidelijk te zien. Het nieuwe gaat hier samen met het oude. Aan de noordzijde is het arkeltorentje aangebracht dat al in 1890 gepland was maar nooit is uitgevoerd.
De restauratiekosten werden betaald door het Van der Valk concern (8 miljoen van de totaal 15,5 miljoen gulden), het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het ministerie, de provincie Limburg, de Gemeente Heerlen en de stichting Limburgse Kastelen.
Het kasteel was vervallen en dreigde letterlijk uit elkaar te vallen omdat het precies op een breuklijn staat (Heerlerheidebreuk).
Men heeft daarom onder het kasteel een gewapende betonnen plaat gemaakt waar het kasteel nu als het ware opstaat.
Heerlerheidebreuk is ongeveer 25 centimeter breed en heeft een verschuiving van ongeveer 20 meter. De Feldbissbreuk heeft een breedte van 80 tot 200 meter en een verschuiving van ongeveer 400 meter.
Vloeren werden opgehoogd, trappen herlegt, daken en gevels hersteld en vernieuwd, de tussengracht weer uitgegraven. De torenkamer verbouwd tot een schitterende suite. Sporen uit het verleden combineren hier met de hedendaagse luxe en comfort.
Dertig kamers in de pachthof, tien kamers in het kasteel.
Niet één kamer is hetzelfde. Zeer bijzonder zijn de Torensuites en de Poortwachtersuite, gelegen boven de toegangspoort. Opmerkelijk is zonder meer het ‘Torentje van TerWorm’. Een schitterende ronde kamer, die uitnodigt tot ‘ronde tafel gesprekken’. Naast deze sfeervolle kamers bevindt zich in het kasteel de receptie, bar, bistro en het restaurant. Een bezoek aan hotel-restaurant Kasteel TerWorm staat garant voor allure en niveau.
Add a Comment