Keur-Keulse Mankamer

Het Feodale stelsel

Een leenheer gaf een leen in bruikleen aan een leenman, die het weer, in delen, in bruikleen kon geven aan achterleenmannen Zo een leengoed bestond uit onroerende goederen.

  • Hij moest trouw zweren aan de koning;
  • Hij moest zijn gebied besturen en er recht-spreken;
  • Hij moest jaarlijks belasting aan de koning betalen;
  • Als er oorlog was in het Rijk, moest hij met zijn eigen soldaten meevechten in het leger van de koning.

Van ongeveer 500 tot 1500 nC werd het leenstelsel gebruikt

Leenheren in deze omgeving waren:

  • Aartsbisdom Keulen

De Keur-Keulse Mankamer

Sinds de 12e eeuw beschikten de aartsbisschoppen van Keulen over leengoed in het Land van Valkenburg, langs de Worm en in het Land van Ter Heyden (onder Horbach). Vanaf de vijftiende eeuw werd de registratie van een zestigtal leengoederen geregeld door de Keur-keulse Mankamer.

De mankamer had een administratieve taak maar hield zich onder andere bezig met verheffingen (Onder leenverheffing verstond men het afleggen van de eed van trouw en hulde aan de leenheer) en rechtspraak bij onderlinge geschillen. De Keur-Keulse Mankamer werd in 1518 pas voor het eerst in de archieven genoemd.

Vergaderingen vonden plaats in het Manhuis (Mannes in de volksmond) in de Dorpsstraat te Heerlen (later Emmastraat, nu Pancratiusstraat). 

Het manhuis was als het ware een boerderijachtig woonhuis waar vergaderd kon worden. Het Manhuis werd in 1870 door brand verwoest en is niet herbouwd.

Tags: geen tags

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *